Rafik

Technisch specialist - Louwman Haarlem
“Ik noem mezelf een autodokter”
Dit is een jonge patiënt, die niet meer dan 60.000 kilometer heeft gelopen. Toch heeft hij een klacht: hij maakt af en toe geluid. Een vage klacht, maar een goede dokter vindt de oorzaak. Ik noem mezelf een autodokter. Het woord ‘automonteur’ vind ik goedkoop klinken. Mensen associëren een automonteur snel met vies, goedkoop werk.

Stethoscoop

Kijk op deze tafel: er liggen allerlei instrumenten die een dokter ook heeft. Toen er laatst een gezin in de werkplaats kwam, zag het zoontje mij met een stethoscoop bezig. Hij vroeg aan zijn moeder: “Is dat een dokter?” Ik antwoordde: “Ik ben een dokter voor auto’s”. Zijn ogen begonnen te glinsteren, net zoals mijn ogen vroeger glinsterden als ik het over auto’s had. Toen juf Marion mij in groep 3 vroeg wat ik wilde worden, antwoordde ik: “Automonteur”. Eigenlijk wist ik nauwelijks wat dit inhield.

Die stethoscoop gebruik ik nu ook om naar deze motor te luisteren. Het is een diagnostisch instrument. De eigenaar van de auto klaagde over een tikje dat ze af en toe hoorde. Daarna was het dan weer lange tijd stil. Een lastig probleem omdat het moeilijk te reproduceren is.
 
“Mijn hele leven ben ik gefascineerd geweest door auto’s. Als ik een nieuwe speelgoedauto kreeg, haalde ik hem eerst uit elkaar”

Gefascineerd door auto's

Ik ben geboren en getogen Haarlemmer. Ik werk nu bij Toyota Louwman Haarlem als technisch specialist, aircospecialist, glasspecialist, leermeester en APK-keurmeester. Mijn hele leven ben ik gefascineerd geweest door auto’s. Als ik een nieuwe speelgoedauto kreeg, haalde ik hem eerst uit elkaar. Ik wilde weten hoe het ding er van binnen uitzag. ‘Slopen’ noemden mijn ouders dat. Nu probeer ik te diagnosticeren wat dit geluid betekent en hoe ik het kan verhelpen. Ik loop alles af wat fout kan zijn. Om te achterhalen wat er aan de hand is, moet ik de draaiende onderdelen beoordelen op bijgeluiden.


Een ander instrument waar ik gek op ben is een ‘endoscoop’ die ik voornamelijk bij motorschades gebruik. Vroeger betekende motorschade, dat de auto open moest. Tegenwoordig gebruik ik de endoscoop, een mini-camera waar een lange kabel aan zit. De camera filmt hoe het er van binnen uitziet. Dat scheelt tijd. Soms staat de klant ernaast, als ik de diagnose stel. “Wow,” zeggen ze dan vaak, “dat is gaaf wat jij doet!”
 

Hetzelfde hoor ik van mijn ouders, wanneer ik hun foto’s van mijn werk laat zien. Net zoals veel mensen keken ze lang neer op het vak van automonteur. Ze hebben vroeger ook op me ingepraat wat anders te gaan doen. Dat deed me pijn. Zoals je kan zien, heb ik niet naar ze geluisterd, en daar heb ik nooit spijt van gekregen. Ik vind mijn vak waanzinnig gaaf. Alle kennis die ik heb opgedaan, probeer ik door te geven aan andere automonteurs. Ik ben daarom ook leermeester geworden.

Waarschijnlijk heeft deze auto vorig jaar verkeerde brandstof getankt. Dat kan ik zien, omdat er gaten in de zuigers zitten. Dat gaan we verhelpen: een ‘operatie’. De auto krijgt een schort om. Tafels worden erbij gezet, de werkplaats verandert in een operatiekamer.

Een auto blijft voor mij een patiënt. Net zoals een patiënt geeft hij zich aan me over, zodat ik hem beter kan maken. Als de operatie geslaagd is, en de auto weer perfect rijdt, ben ik opgelucht. Vooral als de klant met een glimlach wegloopt. Dat is waarom ik autodokter ben geworden!